Search

Het ras

Aberdeen Angus 8042

De Aberdeen Angus is in de 19de eeuw ontstaan uit hoornloze Schotse veeslagen als het Glenvee,de Polled, de gehoornde Aberdeenshire en de Forfarshire. Het oorspronkelijke fokgebied ligt in Oost-Schotland tussen de Noordzeekust en het Hoogland. Het omvat de graafschappen Banff,Aberdeen, Kinkardine en Angus. Veehouder Hugh Watson (1789-1865) in Keillor wordt als belangrijkste grondlegger van het ras gezien. Hij hield zijn kudde met inteelt en strenge selectie vrij van vreemd bloed. Het was echter niet één van zijn stieren, maar Black Prince of Tillyfour 77 van William McCombie (1805-1880), die zich de vader van het ras mag noemen. Bijna elk exemplaar van het huidige ras kan worden teruggevoerd naar dit dier. 

 

Oprichting stamboek

In 1862, 27 jaar nadat het ras officieel erkend is, werd het hoornloos stamboek opgericht waarin hoornloos zwart Schots vee kon worden ingeschreven. In 1879 werd het eigenlijke stamboek, de Aberdeen Angus Society, opgericht. Duitsland, Denemarken en Zweden hebben ook nationale stamboeken. In 2004 richtten Frankrijk, België en Luxemburg samen één stamboek op. Voor Nederland werd pas in de zomer van 2013 een eigen stamboek opgericht  (www.angus-stamboek.nl ). Liefhebber en fokker Otto van Verschuer in Leur (Gld.) zoekt collegafokkers om dit te realiseren. Hij wil fokmateriaal en praktijkervaringen uitwisselen en de passie voor het ras delen. 

 

Huidige populatie

In het Verenigd Koninkrijk dragen 260.000 runderen een paspoort met Aberdeen Angus als (gedeeltelijke) rasaanduiding. Dit zijn raszuivere en kruislingdieren. Het aantal stamboekdieren is dit jaar 13.000. Het hoogste aantal ooit en een verdubbeling in 6 jaar. Daarmee is dit daar het snelst groeiende vleesras. Nederland telt zo’n 600 Aberdeen Angus-dieren, bij 12 tot 15 fokkers.

  

Karakteristieke eigenschappenStier 'Lange Frans'

Het korte haarkleed van de Angus is eenkleurig zwart. Soms kleurt er een rode gloed over de punten van de lange winterharen. De zwarte kleur is dominant, maar af en toe komen ook rode kalveren voor. Huid, slijmvlies en klauwen zijn zwart gepigmenteerd. De kleine, gedrongen kop is hoornloos. Ondanks dat hoornloosheid dominant vererft, komen gehoornde exemplaren sporadisch voor. Deze dieren voldoen niet aan het fokdoel en worden daarom niet in het stamboek opgenomen. De oorspronkelijke Aberdeen Angus is klein van stuk. Kort en fijn beenwerk ondersteunt het cilindrisch gevormde lichaam. Gezien van opzij hebben de dieren een typische rechthoekige vorm met een duidelijk tussen de voorbenen uitstekend borstbeen. Koeien bereiken een schofthoogte van 120 centimeter en wegen zo’n 500 kilo. Stieren worden 10 centimeter groter en kunnen tot 800 kilo wegen. Fokkers en slagers roemen het ras om zijn karakter. Het zijn hele rustige dieren. Ook zijn ze ook heel makkelijk in gebruik. Ze zijn zeer zelfredzaam en kunnen eigenlijk jaarrond buiten verblijven. Daarbij lijken ze soms haast te groeien van de wind. Ze zijn niet kieskeurig op hun voedsel en groeien al van hooi en extensieve weiden. Om ze af te mesten gebruiken veehouders dan ook vaak geen brok; mais en kuilvoer of hooi is genoeg.

  

Vruchtbaarheid en voortplanting

Vaarzen werpen hun eerste kalf op 27 tot 30 maanden. De tussenkalftijd is 369 dagen. Maar fokkers hebben ervaren dat er ook dieren zijn die flink inlopen. Opvallend zijn de geringe geboortegewichten van de kalveren, waardoor hulp bij geboorte bijna nooit nodig is. Mogelijkerwijs zijn de makkelijke geboorten door natuurlijke selectie ontstaan.

  

 

Fokkerijkoers

Naast het klassieke Schotse type ontstonden in Canada en Amerika grote Angusvarianten, die meer dan 1.000 kilo kunnen wegen. Hiervan is ook in de bakermat dankbaar gebruik gemaakt; de stieren werden volop ingezet. Hierdoor is de moderne Angus volgens fokkers wel 200- 300 kilo zwaarder dan 20 jaar geleden. In Nederland is bij gebrek aan een stamboek geen gezamenlijke lijn. Navraag bij diverse fokkers leert dat zij wel een type nastreven dat het midden houdt tussen het Schotse en Canadees/Amerikaanse.  

bron tekst: Vleesvee 12/12/07, Jacco Keuper